Egoscoop jaargang 16, editie 3 (maart 2012)

Download de PDF

Al jaren voert Siemon de Jong boei- ende, ontroerende en vaak diepgaande gesprekken met jonge kinderen. Niet door met een praatpapier in de hand aan een mentortafeltje te gaan zitten, maar door een taart met ze te bakken. In het VPRO programma ‘Taarten van Abel’ (tot 22 april elke zondag om 18.15 uur) raken bakker Abel en zijn jonge gesprekspartners al knedend, bakkend en slagroom spuitend met elkaar in gesprek. Ik moest er aan denken toen ik te gast was bij de beeldend kunstenaars Geert van de Vorstenbosch en Jolanda van Doorn. In hun atelier ontvangen zij leerlingen van het Fioretti College, een vmbo-school in het Brabantse Veghel. Ze ontvangen die leerlingen niet om daar opgeleid te worden tot de nieuwe Rembrandt of Mondriaan, maar om elkaar te ontmoeten, elkaar te leren kennen en vooral om zichzelf te leren kennen. Op een regenachtige dinsdagmiddag in januari ontmoet ik de kunstenaars en zestien meiden in het sfeervolle atelier ‘De Schets’.

 

Het is een bewuste keuze om de leerlingen hier en niet op school te ontvangen, want ‘het ruikt hier niet naar school,’ zoals één van de deelnemers aangeeft. De leerlingen doen op advies van hun mentor mee aan dit project dat de naam ‘Transparant’ heeft en intussen al zeven jaar draait. Het project is ooit opgestart met behulp van subsidie van de provincie. Momenteel draagt de scholengemeenschap de volledige kosten. Iedere leerling heeft zijn of haar persoonlijke overweging om hieraan deel te nemen. Nuray wil graag wat controle krijgen over haar explosiviteit. Met name haar eigen mentor werkt voor haar vaak als een rode lap op een stier. Vanuit het niets kan zij in de klas dan erg heftig, maar vaak ook agressief reageren op een correctie van de mentor. Aan de andere kant van het sociale spectrum staat Duru. Zij zou juist wat explosiever mogen zijn, wat meer van zich af mogen bijten. Ze wil het ook wel, maar durft het vaak niet, zo laat ze in haar bescheiden bewoordingen weten.

 

Een veilige groep Na aanmelding door de mentor en een kennismakingsgesprek met de kunstenaars wordt een defi nitieve groep samengesteld. Wij zijn te gast bij de vierde bijeenkomst van deze groep, die bestaat uit zestien meisjes. Vanaf het begin is er gekozen voor aparte meiden- en jongensgroepen. ‘Daarmee creëren we meer veiligheid en is het voor de jongeren makkelijker om te praten. Zeker omdat er onder hen veel verschil in culturele achtergrond is,’ verklaart Van de Vorstenbosch de keuze. Bij binnenkomst in het atelier verzamelen de leerlingen zich rond een grote tafel. De thee en koffi e is gezet en er wordt even over school gekletst. De onderwijsstaking en de naderende stage zijn vandaag de meest prangende onderwerpen. Juultje maakt zich zelfs zorgen omdat ze nog geen stageplaats in de bouw heeft.

 

Omdat ook hier storingen voor gaan, geeft Geert van de Vorstenbosch aan dat hij na afl oop van de bijeenkomst als bemiddelaar zal optreden tussen Juultje en het bouwbedrijf dat op het omliggende terrein van het atelier aan het werk is. Welke karaktertrek zou je willen hebben? Jolanda van Doorn leidt het thema van deze middag in, door een poster op de muur te onthullen met daarop de tekst: “Welke karaktertrek zou je graag willen hebben en waarom?” Het valt me op dat er veel openheid is en dat een paar meisjes meteen veel over zichzelf vertellen. De veiligheid in de groep is blijkbaar groot, want mijn aanwezigheid blokkeert de jongeren niet. Er wordt nog kort even over het thema gesproken, de thee wordt opgedronken en de onderweg gekochte zakken chips worden geleegd. Op verzoek van de begeleiders maken leerlingen zelf duo’s, waarbij het een voorwaarde is dat ze met iemand gaan samenwerken waarmee nog niet eerder is samengewerkt. ‘En als het moeilijk is, help dan elkaar, je bent met z’n tweeën,’ geeft Van Doorn de meisjes nog als tip mee.

 

De duo’s verzamelen kwasten en verf, krijgen een schildersezel met één groot vel papier toegewezen en gaan aan de slag. Nuray en Seda beginnen ieder op hun ‘eigen’ helft te schilderen, ze spreken niet met elkaar. Jessie en Kim daarentegen helpen elkaar aan hun ontbrekende eigenschap. Jessie zit daarbij in de coachende rol ten opzichte van Kim door vragen te stellen als: Wat zou je willen kunnen of hoe zou je willen zijn? De vragen helpen Kim verder en al snel komt zij tot het inzicht dat ze meer lef zou willen hebben. Uiteindelijk wordt het door Kim beeldend gemaakt door zichzelf al bungyjumpend te tekenen. Jessie heeft zelf wat minder coaching nodig van Kim. Zij werkt dagelijks met paarden en merkt dat ze steeds meer feeling krijgt voor de gemoedstoestand van haar paarden.

 

Ze zou zich graag verder ontwikkelen tot een soort van paardenfluisteraar. De eerste contouren van een paardenhoofd verschijnen reeds op het papier. Schilderen als middel Terwijl ik door het atelier loop probeer ik te luisteren naar de gesprekken die gevoerd worden en praat ik met de leerlingen. Dat valt niet altijd mee, want de muziek staat behoorlijk hard. Geen toeval laat Jolanda van Doorn mij weten: ‘We kiezen er bewust voor om muziek op te zetten, daardoor wordt het makkelijker om al schilderend met elkaar in gesprek te raken, want de overige meisjes kunnen niet meeluisteren.’ En inderdaad, het werkt. Alle duo’s zijn intussen samen aan het schilderen, maar ook samen in gesprek, zelfs Nuray en Seda. Nuray heeft haar verlangen om minder explosief te zijn omgezet in een schildering van een bom met zachte vleugels.

 

Haar bom torent hoog uit boven de zee van Seda: ‘Ik ben de zee en het strand aan het schilderen, want ik ben altijd bezig in mijn hoofd, ik zou het fi jn vinden als ik af en toe wat meer ontspannen zou zijn. Aan het strand kan ik wel relaxen.’ Hoewel Lisa en Robin duidelijk een verschillende achtergrond hebben, ontdekken ze al pratend met elkaar ook een bepaalde gemeenschappelijkheid. Lisa heeft regelmatig problemen op school omdat ze te agressief is en al een paar keer andere leerlingen te lijf is gegaan. Ze heeft er zelf wel een verklaring voor: ‘Mijn vader heeft lang in Afghanistan gezeten, daar ben ik op de basisschool altijd behoorlijk mee gepest. Op een bepaald moment was ik dat zat en heb ik de pestkop geslagen. Ook op de middelbare school wordt het me soms te veel en kan ik me niet meer inhouden. Ik zou het zo graag pratend oplossen, maar ik kan door de emotie meestal de goede woorden niet vinden.’

 

Lisa kijkt ook al naar de toekomst: ‘Als je goed kunt praten geeft dat ook voordelen als je bijvoorbeeld later gaat solliciteren.’ Robin houdt zich vaak afzijdig van anderen. Zij vindt het moeilijk om contact te leggen. Vooral naar vreemden, of nog erger, vreemde volwassenen vindt ze dat heel moeilijk. Robin en Lisa besluiten om hun gewenste karaktertrek beeldend te maken door gezamenlijk een grote rode mond te schilderen. Ik voel me hier ontspannen Prachtig is de schildering van Juultje: zij heeft een grote mond met vleugels getekend. ‘Ik vind het moeilijk om over mijn gevoelens te praten, dat wil ik hiermee uitbeelden.’ Wanneer ik haar vraag waarom ze nu dan zo makkelijk praat zegt ze: ‘Ik voel me hier ontspannen en praat daarom ook veel makkelijker.

 

Niets moet hier, alles mag. De sfeer is anders dan op school. ’ De middag eindigt in een rondgang met de hele groep langs alle werkstukken. Alle jongeren geven een toelichting op het beeld dat ze gemaakt hebben. Ook hier is het duidelijk voelbaar dat er geen druk op de presentatie zit. De meisjes vertellen honderduit wat hen geïnspireerd heeft om het beeld te maken. Van de Vorstenbosch en Van Doorn helpen door af en toe vragen te stellen en door hun waardering uit te spreken voor de openheid waarmee gesproken wordt en geschilderd is. De kunstenaars stellen zich daarbij soms zeer kwetsbaar op door ervaringen uit hun eigen jeugd met de deelnemers te delen. De sfeer in het atelier heeft iets van een buurthuis, een soort rustpuntje in de week waar je jezelf kunt zijn en waar je je verhaal kunt doen. Dat dit eff ect duurzaam is, blijkt uit het feit dat examenleerling Eva nog even binnen schuift om thee te drinken. Zij heeft vorig jaar meegedaan aan het project en komt zo af en toe nog even bijkletsen met Geert en Jolanda. Terwijl daarna de kwasten worden schoongemaakt, zie ik Sara staan. Zij is de enige leerling die ik deze middag nog niet gesproken heb. Ze was me eerlijk gezegd nog niet opgevallen en zo heel gek is dat ook niet. ‘Ik heb mezelf van heel klein naar groot getekend. Ik ben erg verlegen en ik zorg dat ik niet in het middelpunt sta. Soms zou ik minder verlegen, opvallender, groter willen zijn.’

 

Vanwege de privacy van de deelnemers zijn de namen gefingeerd.

Clemens Geenen

Sectordirecteur vmbo Metameer – clemensgeenen@ziggo.nl

Egoscoop / jaargang 16 / nummer 3 / maart 2012